De aanbouw aan de achterkant is in Vlaanderen misschien de populairste verbouwing van de laatste twintig jaar. Een grotere keuken, een leefruimte met zicht op de tuin, een extra badkamer: het levert vierkante meters op zonder te verhuizen. Bijna altijd krijgt zo’n aanbouw een plat dak, en daarmee komt een keuze die veel eigenaars pas maken als de aannemer ernaar vraagt: roofing of EPDM.
Twee bewezen oplossingen
Beide dakbedekkingen zijn waterdicht en worden al decennia gebruikt. Roofing is de Vlaamse naam voor bitumen dakbedekking: banen op basis van bitumen met een drager van polyester of glasvlies, die met een brander aan elkaar en aan de ondergrond versmolten worden. De bovenste laag is afgewerkt met leislag, fijne steenkorrels die het materiaal tegen de zon beschermen. EPDM is een synthetisch rubber dat als folie van 1,1 tot 1,5 millimeter dik op het dak komt. Het blijft soepel bij vorst en hitte en is ongevoelig voor uv-licht.
Waar het verschil zit
De verschillen zitten in levensduur, plaatsing en herstelgemak. Roofing gaat bij een goede plaatsing 20 tot 30 jaar mee, EPDM 30 tot 50 jaar. Roofing wordt in twee lagen gebrand, wat sterke en controleerbare naden oplevert. EPDM wordt verlijmd, mechanisch bevestigd of los gelegd met ballast, zonder open vuur, en bij een klein dak vaak uit één stuk op maat. Een aanbouw met veel doorvoeren, een lichtkoepel en opstaande randen tegen de gevel is met roofing doorgaans eenvoudiger netjes af te werken. Een dak zonder obstakels leent zich goed voor een naadloos EPDM-vel.
Een overzicht van die afweging, met de eigenschappen naast elkaar, staat bij Den Dekker Dakwerken in het kennisartikel over deze keuze.
Wat bovenop het dak komt
De keuze hangt ook af van wat er later met het dak gebeurt. Zonnepanelen op een plat dak worden meestal met ballast geplaatst, en beide materialen verdragen dat mits de juiste beschermlaag. Een groendak vraagt om een wortelwerende uitvoering. Wie het dak als terras wil gebruiken, kiest een opbouw waar tegels op dragers kunnen komen zonder de dakbedekking te beschadigen.
De opbouw eronder telt even zwaar
Een plat dak is meer dan de bovenste laag. Op de draagvloer komt een dampscherm dat voorkomt dat vocht uit de woning in de isolatie trekt, daarop isolatieplaten, zo nodig in afschot zodat regenwater naar de afvoer loopt, en pas daarna de dakbedekking. Bij een aanbouw die ook als leefruimte dient, bepaalt die isolatie hoe comfortabel de ruimte in de zomer blijft. Hoe dat bij roofing in lagen wordt opgebouwd, staat beschreven op de pagina over roofing van Den Dekker Dakwerken.
Onderhoud dat meevalt
Een plat dak vraagt weinig, maar niet niets. Afvoeren en noodoverlopen worden best twee keer per jaar vrijgemaakt, zeker onder bomen. Plasvorming die dagen blijft staan, wijst op een afschot dat niet klopt. En bij beide materialen zijn de randen en aansluitingen de plekken waar het eerst misgaat, niet het vlak zelf.